
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Artikel 1061
1
Heeft het scheidsgerecht nagelaten, te beslissen omtrent een of meer zaken welke aan zijn oordeel waren onderworpen, dan kan de meest gerede partij, tot dertig dagen na de dag van nederlegging van het vonnis ter griffie van de rechtbank, het scheidsgerecht verzoeken, een aanvullend vonnis te wijzen.
2
Het verzoek wordt door het scheidsgerecht in afschrift aan de wederpartij toegezonden.
3
Voordat het scheidsgerecht op het verzoek beslist, stelt het de partijen in de gelegenheid, te worden gehoord.
4
Een aanvullend vonnis geldt als een arbitraal vonnis; daarop zijn de bepalingen van de derde tot en met de vijfde afdeling van deze Titel van toepassing.
5
Wijst het scheidsgrecht het verzoek tot een aanvullend vonnis af, dan deelt het zulks schriftelijk aan de partijen mede. Een afschrift van deze mededeling, getekend door een arbiter of de secretaris van het scheidsgerecht, wordt, overeenkomstig het bepaalde in artikel 1058, eerste lid, ter griffie van de rechtbank nedergelegd.
6
Indien arbitraal hoger beroep is overeengekomen, kan het in eerste aanleg gewezen arbitraal vonnis slechts in hoger beroep worden aangevuld. Het verzoek daartoe moet binnen de voor het hoger beroep geldende termijn worden gedaan.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.